|
Frankrijk daarentegen had wel oog voor tekortkomingen en met
name de Franse ingenieur en astronoom Blaise-Francois comte
de Pagan, die onder Lodewijk XIII veldmaarschalk was. In 1645
verscheen zijn boek 'Traité des Fortifications' waarin
hij het vestingstelsel in Frankrijk veroordeelde en ideeen aan
de hand deed hoe en wat er moest worden verbeterd.
Een van de belangrijkste gebreken van de Nederlandse vestingen
was de loodrechte stand van de flanken ten opzichte van de courtine.
Een courtine is de wal tussen twee bastions. Bastions zijn vijfhoekige
werken van Italiaanse oorsprong, welke zijn ontsproten uit de
middeleeuwse muurtoren, waardoor een betere flankering werd
verkregen.
 
prent (links): Aanval op de vesting, portret
(rechts): Menno van Coehoorn
De geschiedenis leert dat Hendrik Ruse in 1654 in zijn publicatie
'Versterckte Vesting' de gebreken van het Nederlandse verdedigingssysteem
aan de kaak stelde. Maar men had er hier maar weinig belangstelling
voor. Ruse ging op aanraden van Johan Maurits van Nassau over
in dienst van de keurvorst van Brandenburg. Later ging hij naar
Denemarken, waar hij de grote verspreiding van de Nederlandse
vestgelegenheid kreeg zijn plannen uit te voeren. Ruse wordt
wel beschouwd als de voorloper van Menno van Coehoorn, de beroemde
Nederlandse vestingbouwer. Deze heeft onder meer talrijke fortificaties
op zijn naam staan. Hij werd door de koningen van Spanje en
Engeland in de adelstand verheven. Als zijn meesterwerk gold
zijn vestingwerk voor Bergen op Zoom. Menno van Coehoorn ligt
begraven in Wijckel in Friesland. Een monument is op zijn graf
ter herinnering geplaatst. De naam van deze vestingbouwer is
verbonden aan een stichting,
welke wil ijveren voor het instandhouden van de fortificaties.
Een uniek bewaard gebleven vesting is die van Naarden. Deze
is nog bijna geheel omringd door de hoofdwal met zes bastions,
ravelijnen (in de gracht liggende werken om een zogenoemd vestingfront
te bechermen) en de dekkingswal rondom het vestingwerk.

|