Fort bij Uithoorn (Fort Amstelhoek)

Indeling der lokalen:

Het van ongewapend beton gebouwde fort bestaat uit een hoofdgebouw met twee grote keelkazematten. Zowel aan de linkerzijde als aan de rechterzijde kan via een bedekte gang het hefkoepelgeschut worden bereikt. In het midden van het fort bevindt zich de poterne, een grote brede gang die het hoofdgebouw in de keel van het fort verbind met het kleinere tussenfront, waarin twee grote ruimtes waren ingericht voor de wacht. Tussen de beide wachtlokalen loopt de gang verder door naar het front. Aan het einde van de gang kan men naar links of naar rechts via een trap het frontmitrailleurblok op. De gang loopt naar beneden en aan het eind is deze bij veel vochtig weer half gevuld met een plas water. Het mitrailleurblok is niet meer vanuit deze gang te bereiken.

Het hoofdgebouw:
Als we van links naar rechts gaan beginnen we met de meest linkse ingang. Deze deur leidt naar één van de twee privaatlokalen. De soldaten hadden hier aan één zijde een open urinoir en aan de andere zijde een poepdoos, die was afgescheiden door een houten schot. De onderofficieren, officieren en zieken hadden aan het eind van dit lokaal een eigen afsluitbare ruimte. De toiletinrichting was voor de vroege jaren van de 20e eeuw erg modern.

Aan het begin van dit lokaal is in de linkermuur een schietgat aanwezig voor flankverdediging, welke met metalen luiken kon worden afgesloten.

Stelling van Amsterdam - pagina 1 - pagina 3

Een zijdeur aan het eind van het privaatlokaal brengt ons in het reinigingslokaal, waar men zich kon wassen. Vanuit dit lokaal is via een bedekte smalle gang de linker hefkoepel te bereiken.

Terug via het privaatlokaal komen we in één van 11 manschappenruimtes in het fort. Wat direct opvalt in deze ruimte is de enorme gele metalen bak die aan het plafond hangt. Deze watertank kon worden gevuld met drinkwater en via een pompje aan het einde van dit lokaal kon men het drinkwater opvangen.



Het tweede wat opvalt in dit lokaal is een gat in het plafond. Dit gat leidt via een stalen trap naar één van de drie observatiekoepels op het dak van het gebouw. Vanuit hier kon men een mogelijke vijand zien aankomen.

Een smalle gang leid je vervolgens (linkerzijde) langs de ruimtes waar de munitie werd opgeslagen en klaargemaakt (vulplaats) voor de kanonnen in de tegenoverliggende keelkazemat. Zoals al eerder vermeld onder het kopje bewapening bevonden zich in deze ruimte twee mitrailleurs gericht op de keelzijde van het fort en zwaarder geschut in de vorm van twee kanonnen gericht op de linker buitenflank van het fort.

De volgende vier lokalen waren ingericht voor soldaten. Wat opvalt in deze lokalen ten opzichte van eerder gebouwde forten is dat aan het eind in de muur naast de lampnis een tweede uitsparing in de muur aanwezig is. Hierin bevondt zich een electriciteitskast.

foto boven: linker uitsparing: electriciteitskast, rechter uitsparing: lampnis

pag 3 ...